Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Wijze van verrekening van inkomsten en bedrijfskosten

Onderdeel van Beleidsregels marginaal zelfstandigen gemeente Westerkwartier 2021

1.. Het college moet de inkomsten die een marginaal uitkeringsgerechtigde verwerft in beginsel volledig verrekenen met de algemene bijstand. 2.. Voor degene die van het college toestemming heeft gekregen om als marginaal zelfstandige werkzaamheden te gaan verrichten is het reëel om bij de vaststelling van de voor de bijstandverlening in aanmerking te nemen inkomsten rekening te houden met bepaalde bedrijfskosten. 3.. Bij de vaststelling van de in aanmerking te nemen kosten wordt slechts rekening gehouden met kosten die direct gerelateerd zijn aan de opbrengsten en noodzakelijk zijn om de opbrengsten te genereren of wettelijk noodzakelijk zijn. 4.. Bij de verrekening van kosten wordt er verder van uitgegaan dat kosten van afschrijvingen, kosten van bedrijfsleningen en kosten van personeel niet noodzakelijk zijn en niet worden geaccepteerd. Dit kan slechts anders zijn wanneer de werkzaamheden als onderdeel van een re-integratietraject zijn ingezet. 5.. Kosten van huisvesting worden geaccepteerd indien het noodzakelijk is dat de activiteiten extern worden uitgevoerd. 6.. Bij vervoerskosten wordt uitgegaan van (alleen) zakelijk vervoer (blijkend uit een deugdelijke en sluitende kilometeradministratie) en een kilometerprijs van € 0,19 conform artikel 3.1 5 Wet Inkomstenbelasting. In voorkomende gevallen kunnen kosten van zakelijk openbaar vervoer in aanmerking worden genomen. 7.. Kosten in verband met het bijhouden van een deugdelijke boekhouding worden tot een bedrag van maximaal € 1 .000,00 in aanmerking genomen. 8.. Wanneer de uitkeringsgerechtigde is aangemerkt als marginaal zelfstandige, geeft hij het college inzicht in de verwachte inkomsten en de daarmee samenhangende beroepskosten. Het college bepaalt de hoogte van de in aanmerking te nemen inkomsten en beoordeelt jaarlijks of de situatie moet worden herzien. Het college beoordeelt op dat moment ook of de uitkeringsgerechtigde nog steeds als marginaal zelfstandige kan worden aangemerkt. 9.. Het college besluit op basis van de verwachte inkomsten en bedrijfskosten of er maandelijks een vast bedrag aan netto-inkomsten wordt verrekend of dat netto inkomsten moeten worden opgeven wanneer deze zich voordoen. 10.. De uitkeringsgerechtigde kan op elk moment vragen om wijziging van de in het vorige lid genoemde wijze waarop er met de inkomsten en bedrijfskosten wordt omgegaan. 11.. Op basis van de in artikel 3 lid 7 genoemde stukken stelt het college de inkomsten uit marginaal zelfstandig ondernemerschap en het recht op uitkering definitief vast. 12.. Het verdiende inkomen, zoals dat uit de boekhouding blijkt, is een bruto inkomen. Wanneer dit inkomen uitkomt op een negatief bedrag, wordt het inkomen op nihil gesteld. Het bruto inkomen dient verminderd te worden met te betalen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen om het te kunnen vergelijken met de (netto) bijstand. Herleiding van het bruto inkomen van de marginaal zelfstandige naar netto inkomen vindt (analoog aan en) overeenkomstig artikel 6 lid 2 Bbz plaats met een forfaitair percentage.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel