Onder pleegouders wordt verstaan:
“Mensen die voor korte of langere tijd een kind in huis opnemen dat niet thuis kan wonen”.
Drie situaties zijn mogelijk:
Een kind dat in de gemeente Leidschendam – Voorburg woont, wordt tijdelijk gehuisvest bij pleegouders in de zelfde gemeente, maar in een ander gebied.
Een kind dat in de gemeente Leidschendam – Voorburg woont, wordt tijdelijk gehuisvest bij pleegouders in een andere gemeente.
Pleegouders wonen in de gemeente Leidschendam – Voorburg en krijgen tijdelijk een kind uit een andere gemeente in huis geplaatst.
Beleidsregel situatie 1:
Kind blijft de zelfde school bezoeken in de gemeente Leidschendam – Voorburg
Als uit onderzoek blijkt dat de (pleeg)ouders niet zelf het kind naar school kunnen brengen, de afstand tussen de woning en de school op een afstand ligt vanaf 6 km, het kind (nog) niet in staat is om (zelfstandig) te fietsen of (zelfstandig) met het openbaar vervoer te gaan en er geen begeleiding beschikbaar is.
Beleidsregel situatie 2:
Is het verblijf maximaal 6 weken, dan komen/blijven de kosten voor de gemeente Leidschendam – Voorburg.
Kind blijft de zelfde school bezoeken in de gemeente Leidschendam – Voorburg.
Is vanaf het begin duidelijk dat het om een verblijf gaat langer dan 6 weken en het kind blijft de oude school bezoeken, dan komen de kosten voor vervoer voor de gemeente waar het kind gehuisvest wordt.
Beleidsregel situatie 3:
De eerste 6 weken zijn voor kosten van de gemeente waar het kind vandaan komt.
Het kind blijft zo lang als dat nodig en mogelijk is op de school waar het onderwijs kreeg voordat het in het pleeggezin geplaatst werd.
Eerst wordt gekeken of de pleegouder het kind zelf naar school kan brengen.
Heeft een pleegouder meer dan een pleegkind, dan wordt vervoer bekostigd van kind dat naar een school gaat dat het dichtst bij het woonadres van de pleegouder is.
Rekening wordt gehouden met de omstandigheden van de pleegouder.
Artikel 9:
Pleegouders
Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Leidschendam–Voorburg 2015