Het college verstrekt een tegemoetkoming TONK aan de aanvrager die te maken heeft met een inkomensterugval van tenminste 30% over het 1e kwartaal van 2021 ten opzichte van de het 1e kwartaal van 2020.
De beschikbare geldmiddelen boven de van toepassing zijnde vermogensgrenzen van artikel 34, lid 3 van de Participatiewet worden in aanmerking genomen. Dit betekent dat het vermogen van een alleenstaande niet hoger mag zijn dan € 6.295,- om in aanmerking te komen voor tegemoetkoming TONK. Indien er sprake is van gehuwden of samenwonenden mag het vermogen niet hoger zijn dan € 12.590,- voor een tegemoetkoming TONK. Vermogen uit woning, onderneming, pensioen of van minderjarige kinderen wordt buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling.
De aanvrager heeft aantoonbare noodzakelijke woonkosten:
kosten van huur;
kosten van de aflossing en de rente van de hypotheek voor de woning waarin de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft;
kosten van elektriciteit, gas en water voor de woning waarin de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft. Er moet tevens altijd sprake zijn van kosten die in sub. a of sub. b zijn genoemd.
Er wordt volstaan met een verklaring van de aanvrager dat de substantiële terugval in inkomen het gevolg is van de maatregelen in verband met het coronavirus (Covid-19).
Het college verstrekt geen tegemoetkoming als de aanvrager over de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag ontvangt.
De Beleidsregels bijzondere bijstand en armoede- en minimabeleid 2020 van de gemeente Lochem zijn niet van toepassing op aanvragen TONK.
Artikel 3
Voorwaarden tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten
Onderdeel van Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)