**1..** De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun eigen plaats of van de daarvoor aangewezen spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.
**2..** Een lid van de raad voert het woord na het van de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
**3..** De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
**4..** Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
**5..** Een lid van de raad mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.
**6..** Het vijfde lid is niet van toepassing op:
de rapporteur van een commissie;
het lid van de raad dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft de beraadslaging over dat amendement, die motie of dat voorstel.
**7..** Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
**8..** De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen bepalen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 16.