Naar hoofdinhoud
1.. Indien door een of meer leden (hoofdelijke) stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. Voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. 2.. De (hoofdelijke) stemming geschiedt standaard bij handopsteken. Na de (hoofdelijke) stemming bij handopsteken noemt de voorzitter de fracties die voor en tegen het voorstel, het amendement of de motie hebben gestemd, zulks met in achtneming van afwezigen en afwijkend stemgedrag binnen fracties. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 3.. De (hoofdelijke) stemming geschiedt bij oproeping per lid indien daarom door de voorzitter of één of meer leden wordt verzocht. In dat geval roept de griffier de leden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnende bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 23 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. Na de (hoofdelijke) stemming bij oproeping per lid deelt de voorzitter de uitslag mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 4.. Bij (hoofdelijke) stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel