Naar hoofdinhoud
1.. Ieder lid van de raad kan een amendement indienen. Een amendement moet uiterlijk om 12.00 uur op de dag voorafgaand aan de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter zijn ingediend. Een amendement kan het voorstel inhouden om een voorgesteld besluit in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. 2.. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). 3.. Elk subamendement moet schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. 4.. De behandeling van een (sub)amendement, vindt tegelijk plaats met de beraadslaging over het voorgestelde besluit dat aanhangig is, tenzij de raad anders beslist. 5.. Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel