**1..** Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
**2..** De vragen worden via de griffie bij de voorzitter van de raad ingediend. De griffie draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college, de burgemeester en de pers worden gebracht.
**3..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raads-vergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt de burgemeester of het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
**4..** De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffie aan de leden van de raad toegezonden.
**5..** De schriftelijke antwoorden worden overeenkomstig de stukken als bedoeld in artikel 15, lid 1, op een lijst geplaatst. Het in artikel 15, lid 2, bedoelde procedurevoorstel luidt standaard: ter informatie aannemen.
**6..** Zowel de vragensteller, de burgemeester als het college maken gebruik van het daartoe ontwikkelde standaard formulier.
Hoofdstuk 3.
Artikel 40.