Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter roept de leden van de raad schriftelijk en/of elektronisch op. Dat gebeurt ten minste zeven dagen voor een vergadering onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.. De agendacommissie stelt namens het raadspresidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. 3.. De voorlopige agenda wordt tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad beschikbaar gesteld. 4.. De bij de voorlopige agenda behorende stukken (met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken) worden tegelijkertijd met de oproep beschikbaar gesteld, tenzij deze reeds eerder aan de leden van de raad beschikbaar zijn gesteld. 5.. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 6.. Indien er sprake is van een aanvullende agenda, wordt deze agenda met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad beschikbaar gesteld, tenzij deze reeds eerder aan de leden van de raad beschikbaar zijn gesteld. 7.. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 8.. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een raadsdebat of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 9.. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel