Naar hoofdinhoud
1.. Een aanvraag om een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt ingediend met het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier. 2.. De beoogde individuele gehandicaptenparkeerplaats is gelegen binnen een loopafstand 100 meter van het woonadres van de aanvrager. 3.. De aanvraag wordt afgewezen als: de aanvrager niet beschikt over een geldige bestuurderskaart; uit de medische keuring blijkt dat de aanvrager met gebruikelijke hulpmiddelen meer dan 100 meter kan lopen; de aanvrager beschikt of kan beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein; de aanvrager niet beschikt of kan beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein omdat hij deze aan een ander in gebruik heeft gegeven of heeft verhuurd; het voor de aanvrager mogelijk is parkeergelegenheid op eigen terrein te creëren; de toewijzing zou leiden tot een onveilige verkeerssituatie, een belemmering van de doorstroming van het overige wegverkeer; De parkeerdruk in de directe omgeving van het woonadres lager dan 75% is; de korpschef een negatief advies over de aanvraag geeft er geen mogelijkheid is een individuele gehandicaptenparkeerplaats overeenkomstig de normen van kennisinstituut CROW te realiseren binnen een loopafstand van 100 meter van het adres van de aanvrager. 4.. Als het kenteken van het motorvoertuig van de gehandicapte aan wie een individuele gehandicaptenparkeerplaats is toegewezen verandert, dan wordt op zijn of haar verzoek een ander onderbord geplaatst. De kosten voor de aanschaf van een nieuw onderbord (kentekenbord) komen overeenkomstig artikel 29 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer voor rekening van de aanvrager.

Rechtspraak bij dit artikel