Naar hoofdinhoud
De tegemoetkoming is bedoeld voor het huishouden: die door de huidige omstandigheden als gevolg van de coronacrisis te maken heeft met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in het inkomen van meer dan 30% ten opzichte van het inkomen over de maand januari 2020; die daardoor de noodzakelijke woonlasten niet meer kan voldoen, en; waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende toereikend zijn. Het huishouden heeft geen recht op een tegemoetkoming als: een uitsluitingsgrond aanwezig is als bedoeld in artikel 13 eerste lid van de wet waarbij onderdeel e niet van toepassing is; een beroep op een voorliggende voorziening, als bedoeld in artikel 15 van de wet, kan worden gedaan; de aanvrager woonkostentoeslag ontvangt. De volgende regelingen worden niet als voorliggende voorziening beschouwd als bedoeld in lid 2, onder b: een vergoeding op basis van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL); een vergoeding op basis van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW); de huurtoeslag. Als voorwaarde voor een tegemoetkoming geldt dat de aanvrager op de peildatum: zijn of haar hoofdverblijf heeft in de gemeente De Fryske Marren; van de door hem of haar bewoonde woning huurder is, dan wel eigenaar of mede-eigenaar; ouder is dan 18 jaar, maar jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd; indien de aanvrager huurder is: de huur van de gehuurde woning of woonwagen bedraagt meer dan € 752,33 per maand en de aanvrager woont op de aanvraagdatum in de door hem of haar bewoonde woning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel