Naar hoofdinhoud
In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk; b. het huidige inkomen: het in aanmerking te nemen inkomen als bedoeld in artikel 1, onder e van deze beleidsregels, op de eerste dag waarop recht bestaat op een tegemoetkoming TONK; c. het huidige vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet op de eerste dag van de maand dat er recht bestaat op een tegemoetkoming TONK; d. inwoner: een belanghebbende die zijn woonplaats als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, in Oisterwijk heeft; e. in aanmerking te nemen inkomen: het volledige inkomen waarover een inwoner en zijn partner redelijkerwijs kunnen beschikken als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet. Het inkomen uit bedrijf of zelfstandig beroep wordt in aanmerking genomen conform artikel 6 van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers; f. voor de leefvorm toepasselijke bijstandsnorm: de bijstandsnorm die van toepassing zou zijn in de leefsituatie van de inwoner als recht zou bestaan op algemene bijstand waarbij geen rekening wordt gehouden met de kostendelersnorm; g. wet: Participatiewet; h. woonkosten: de kosten als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregel. i. inkomensterugval: een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in het inkomen als gevolg van de coronacrisis; j. woning: een zelfstandige woonruimte zoals een eengezinswoning, een appartement, een flat of een andere woonruimte met een eigen voordeur, een eigen keuken, een eigen toilet en een eigen wasruimte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel