**1..** Een aanvraag omgevingsvergunning voor het tijdelijk plaatsen van een woonunit moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
Het tijdelijk plaatsen van de woonunit is noodzakelijk om tot de oplevering van een permanente woning te komen of noodzakelijk om de verbouw van een woning mogelijk te maken op hetzelfde perceel;
Voor de (ver)bouw dient al een omgevingsvergunning te zijn verleend danwel er dient sprake te zijn van twee aparte aanvragen omgevingsvergunning die gelijktijdig zijn ingediend;
Een aanvraag omgevingsvergunning voor een tijdelijke woonunit betreft een aanvraag voor maximaal 2 jaar. In de omgevingsvergunning wordt opgenomen dat de vergunninghouder de unit een maand na het gereedkomen van de woning moet verwijderen;
De unit moet worden geplaatst op gronden waar in het vigerende bestemmingsplan bebouwing ten behoeve van het wonen is toegestaan;
De woonunit moet worden geplaatst achter de voorgevelrooilijn van de bestaande/toekomstige woning;
Na het plaatsen van de woonunit moet er voldoende ruimte overblijven voor het opslaan van bouwmaterialen en parkeren op eigen terrein;
De aanvraag moet voldoen aan hoofdstuk 2 paragraaf 2.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
**2..** Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing als de activiteit bouwen vergunningvrij is.
**3..** In afwijking van het eerste lid, onder f, kan tijdelijk afgeweken worden van de geldende parkeernormen.