**1..** Een vergunning voor een vaste standplaats, een incidentele standplaats of een tijdelijke seizoenstandplaats wordt uitsluitend verleend aan natuurlijke personen.
**2..** Een standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk worden ingenomen en deze mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.
**3..** De vergunninghouder legitimeert zich op verzoek van daartoe bevoegde toezichthouders door middel van een geldig identiteitsbewijs.
**4..** De vergunninghouder mag zich op de standplaats laten bijstaan door derden.
**5..** In geval van ziekte of vakantie kan van het bepaalde in lid 2 worden afgeweken en mag de vergunninghouder zich voor de duur van maximaal 6 weken per jaar laten vervangen door echtgeno(o)te, geregistreerde partner, samenwonende partner, meerderjarige kinderen, ouders een persoon die bij hem in loondienst is of een persoon die mede-eigenaar van het bedrijf is.
**6..** Bij overlijden van de vergunninghouder, blijvende arbeidsongeschiktheid of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de vergunninghouder kan de vergunning over worden geschreven op de echtgeno(o)te, geregistreerde partner, samenwonende partner, meerderjarige kinderen, ouders een persoon die minimaal 3 jaar in loondienst van het bedrijf heeft gewerkt of een persoon die gedurende minimaal 3 jaar mede-eigenaar van het bedrijf is. De vergunning wordt uitsluitend overgeschreven als aan alle in dit beleid genoemde voorwaarden wordt voldaan.
**7..** Een verzoek tot overschrijving moet binnen 3 maanden na het voordoen van één van de in lid 6 genoemde situaties bij het college wordt ingediend. Aanvragen in dit verband die na de voornoemde termijn zijn ontvangen worden niet in behandeling genomen.
HOOFDSTUK 2
Artikel 11