De termijn waarbinnen een aanvraag voor een standplaatsvergunning wordt ingediend is afhankelijk van het soort standplaatsvergunning dat wordt aangevraagd:
aanvragen voor vaste standplaatsen, incidentele standplaatsen, maatschappelijke standplaatsen en tijdelijke seizoenstandplaatsen worden op grond van artikel 1:3 APV uiterlijk 3 weken voor de datum waarop de aanvrager voornemens is de standplaats in te nemen ingediend.
aanvragen voor een tijdelijke seizoenplaats voor het winterseizoen moeten, in afwijking van het bepaalde onder a., worden ingediend vóór 1 april van het betreffende kalenderjaar. Indien voor een locatie meerdere aanvragen binnenkomen, vindt op de laatste dinsdag in april om 12.00 uur een loting plaats. Indien na het verstrijken van de indieningstermijn nog aanvragen binnenkomen dan worden de eventueel overgebleven locaties toegewezen volgens het “wie het eerst komt, het eerst maalt”-principe. Hierbij geldt het stempel van binnenkomst. Voorkeuren kunnen worden gehonoreerd voor zover deze locatie nog beschikbaar is;
aanvragen voor een tijdelijke seizoenplaats voor het zomerseizoen moeten, in afwijking van het bepaalde onder a., worden ingediend vóór 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor vergunning wordt gevraagd. Indien voor een locatie meerdere aanvragen binnenkomen, vindt op de laatste dinsdag in oktober om 12.00 uur een loting plaats. Indien na het verstrijken van de indieningstermijn nog aanvragen binnenkomen dan worden de eventueel overgebleven locaties toegewezen volgens het “wie het eerst komt, het eerst maalt”-principe. Hierbij geldt het stempel van binnenkomst. Voorkeuren kunnen worden gehonoreerd voor zover deze locatie nog beschikbaar is;
HOOFDSTUK 2
Artikel 4