In de volgende gevallen kan het bestuursorgaan een advies aanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob:
Als de officier van justitie de gemeente de tip geeft om in een bepaalde zaak een Bibob-advies aan te vragen (o.g.v. artikel 26 van de wet).
Als er na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over:
omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of daarmee in verband te brengen betrokkenen, de financier van de betreffende activiteiten en/of onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd;
de bedrijfsstructuur van aan de uitvoering van de beschikking te verbinden onderneming(en);
over de financiering van de aan de betreffende beschikking te verbinden activiteiten;
(andere) omstandigheden die doen vermoeden dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of het gebruiken van voordelen uit strafbare feiten;
(andere) omstandigheden die doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde, dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd.
Een toetsing aan de wet met behulp van een advies van het Landelijk Bureau Bibob geldt in beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat het bestuursorgaan eerst, zoals hierboven is uitgewerkt, gebruik moet maken van de eigen instrumenten. Voorts moet het vragen van een advies evenredig zijn gelet op de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten.
Het adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob is geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hiertegen staat derhalve geen bezwaar of beroep open. Wel is het de aanvrager te allen tijde toegestaan de aanvraag in te trekken.
Artikel 4.3
Advies Landelijk Bureau Bibob
Onderdeel van Bibob -beleidslijn gemeente Smallingerland 2021