In aanmerking voor proefplaatsing komt de uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 1, 2, 3, 5 of 6 en die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie van de Participatiewet.
Het doel van de proefplaatsing is om:
een uitkeringsgerechtigde die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub e van de Participatiewet en voor wie de plicht tot arbeidsinschakeling geldt, maximaal 3 maanden bij een werkgever onbeloonde werkzaamheden te laten verrichten om tot een reële vaststelling van de loonwaarde te komen;
met behoud van uitkering te beoordelen of er een goede match valt te maken tussen de kandidaat, het werk, en de werkgever, met als doel duurzame uitstroom naar regulier werk.
Het college kan een proefplaatsing aanbieden onder de volgende voorwaarden:
het college kan aan een uitkeringsgerechtigde met een afstand tot de arbeidsmarkt een proefplaatsing bij een werkgever aanbieden met behoud van uitkering;
een proefplaatsing kan alleen plaatsvinden als de werkgever de intentie heeft de kandidaat na de periode van proefplaatsing een arbeidsovereenkomst van tenminste 26 weken aan te bieden;
de duur van de proefplaatsing wordt vastgesteld op basis van afstand tot de arbeidsmarkt, opleidingsniveau, uitkeringsduur, complexiteit van de functie en persoonlijke omstandigheden van de kandidaat, en zolang als nodig is voor de werkgever en het college om zich een beeld te vormen van de geschiktheid van de kandidaat, met een maximum van 3 maanden;
in aanvulling op lid 3 onder c, kan het college besluiten om de proefplaatsing langer voort te zetten, mits deze nieuwe periode binnen de 3 maanden blijft;
het college plaatst een kandidaat alleen wanneer door plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en wanneer door plaatsing geen verdringing van regulier werk plaatsvindt.
Met betrekking tot toestemming en additionele werkgeverslasten, gelden de volgende regels:
gedurende de proefplaatsing krijgt de kandidaat toestemming te werken met behoud van uitkering;
de werkgever krijgt geen vergoeding voor additionele werkgeverslasten;
wanneer de werkgever gedurende de proefplaatsing geen onkostenvergoeding verstrekt, kan door het college aan de kandidaat een onkostenvergoeding worden verstrekt.
Met betrekking tot de overeenkomst en beschikking gelden de volgende regels:
in een schriftelijke overeenkomst tussen de werkgever, kandidaat en gemeente wordt tenminste het doel van de proefplaatsing vastgelegd, namelijk dat na deze periode een arbeidscontract met een minimumperiode van 26 weken wordt aangeboden, alsmede wie de begeleider van de kandidaat is;
de overeenkomst wordt vastgelegd in een intentieverklaring tussen werkgever, kandidaat en het college;
het college geeft een beschikking af met daarin de duur, de omvang en de inhoud van de uit te voeren werkzaamheden tijdens de proefplaatsing. Tevens dient gemotiveerd te worden waarom deze voorziening wordt ingezet.
Hoofdstuk 5. Voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling
Artikel 5.3. Proefplaatsing
Artikel 5.3. Proefplaatsing
Onderdeel van Beleids- en nadere regels doelmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020 gemeente Schiermonnikoog