Een woningzoekende kan niet in een urgentiecategorie worden ingedeeld, wanneer de aanvrager zelf geen huurder of eigenaar is van een zelfstandige woonruimteen de betreffende woonruimte (samen met een eventueel duurzaam gemeenschappelijk huishouden) leeg achterlaat bij verhuizing, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 4:6, eerste lid, onder a van de verordening (blijf-van-mijn-lijf-huis) óf plaatsvindt op grond van de noodopvang.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.12