Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4

Artikel 13.

Overleg wijze van uitvoering

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Eindhoven 2021

Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld treedt het college in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de op het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd. In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor het uitvoeren van de voorziening en worden, voor zover van toepassing, afspraken gemaakt over: het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 101 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76n van de Wet op het voortgezet onderwijs; het tijdstip waarop de bouwplannen en de begrotingen door de aanvrager worden ingediend; als dit van toepassing is, een andere wijze waarop de toegekende voorziening wordt uitgevoerd, met inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag; de wijze waarop het college de bouwplannen en de begrotingen toetst, en, of het naar het oordeel van het college noodzakelijk is bij het toetsen van de bouwplannen en de begrotingen rekening te houden met feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten opzichte van het moment waarop het programma is vastgesteld, waardoor het eerder genomen besluit kan worden herzien; de wijze waarop voorkomen wordt dat wordt gebouwd voor leegstand; de wijze waarop de informatieverstrekking aan het college ten behoeve van de voorbereiding en realisatie van de toegekende voorziening plaatsvindt; de wijze waarop invulling wordt gegeven aan voorzieningen aan/in gebouwen of terreinen die verhuurd of in gebruik gegeven worden aan derden; de controle op en het afleggen van verantwoording over het besteden van de beschikbaar te stellen middelen; de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt, waaronder begrepen op basis van welk gunningscriterium wordt aanbesteed; de handelwijze indien de bouwheer door overmacht redelijkerwijs geen (ongewijzigde) uitvoering kan geven aan de toegekende voorziening. De inhoud van de afspraken of het feit dat het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid legt het college schriftelijk vast in een verslag. De aanvrager ontvangt het verslag binnen 4 weken na het overleg. Als de aanvrager niet binnen 4 weken nadat het verslag is verzonden schriftelijk heeft gereageerd, is, afhankelijk van de inhoud van het vastgestelde verslag, overeenstemming of geen overeenstemming bereikt. Als in het overleg geen overeenstemming is bereikt, deelt het college dit binnen 4 weken nadat het verslag is vastgesteld schriftelijk mede aan de aanvrager en vermeldt gelijktijdig dat het bekostigen van de uitvoering van de voorziening wordt opgeschort. Het college en de aanvrager kunnen in overleg besluiten tot verlenging van de in het tweede en derde lid genoemde termijnen. Afspraken die geen betrekking hebben op de thema’s zoals benoemd in het eerste lid, kunnen separaat overeengekomen worden tussen gemeente en bevoegd gezag. De instemming met de bouwplannen, de instemming met de begrotingen, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften, en de toetsing of er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden kunnen achterwege blijven, als dat naar het oordeel van het college niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de in het programma opgenomen voorziening. Het college doet hiervan mededeling aan de aanvrager in het overleg. Het bepaalde in artikel 15 is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel