Het college kan een tegemoetkoming TONK verstrekken aan de aanvrager die voldoet aan de volgende voorwaarden op de gevraagde ingangsdatum van de tegemoetkoming:
Er is sprake van een inkomensterugval van 25% of meer en;
De woonlasten bedragen 30% of meer van het gezinsinkomen en;
Het gezinsinkomen bedraagt niet meer dan het minimuminkomen en;
Het gezinsvermogen bedraagt niet meer dan het bescheiden vermogen of;
Het gezinsinkomen bedraagt meer dan het minimuminkomen en/of het vermogen bedraagt meer dan het bescheiden vermogen, maar de noodzakelijke kosten gaan de draagkracht te boven en aanvrager voldoet aan de voorwaarden onder a en b.
Voor de draagkracht wordt 100% van het gezinsinkomen boven het minimuminkomen en 100% van de beschikbare geldmiddelen boven het bescheiden gezinsvermogen meegenomen.
De hoogte van de tegemoetkoming TONK bedraagt per maand het aandeel van de kosten als bedoeld in artikel 4 dat uitkomt boven € 430, na aftrek van het draagkrachtdeel, met een maximum van het in artikel 8 genoemde bedrag
Er kan volstaan worden met een verklaring van de aanvrager dat de substantiële terugval in gezinsinkomen het gevolg is van de maatregelen in verband met het coronavirus (Covid-19);
Het college verstrekt geen tegemoetkoming indien de aanvrager woonkostentoeslag ontvangt;
De ‘Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Noordenveld‘ zijn niet van toepassing op de aanvragen TONK.
Artikel 3
Tegemoetkoming TONK
Onderdeel van Beleidsregels tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) gemeente Noordenveld