Naar hoofdinhoud
1.. Het college weigert het pgb als: er naar oordeel van het college sprake is van een belangenverstrengeling tussen de budgethouder en de derde aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan; 2.. Het college weigert een pgb voor de kosten de jeugdhulp: als deze is gerealiseerd of aangevangen vóór de melding dan wel aanvraag; als de jeugdige binnen de budgetperiode opnieuw een aanvraag doet omdat de met het pgb aangeschafte voorziening niet meer bruikbaar of beschikbaar is door aan de jeugdige of diens ouders te verwijten omstandigheden; 3.. Het college neemt een aanvraag voor een pgb niet in behandeling als: de budgethouder of diens vertegenwoordiger geen budget- motivatieplan indient of een bespreking van het budget- motivatieplan weigert of, na daartoe te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt. Daarbij geldt dat het college de genoemde personen eerst in de gelegenheid stelt het verzuim te herstellen. 4.. Het college kan het pgb weigeren als een gegrond vermoeden bestaat om aan te nemen dat er geen of onvoldoende sprake is van gewaarborgde hulp. 5.. Het is niet toegestaan een overeenkomst af te sluiten met een derde waarin het bieden van de geïndiceerde ondersteuning mede afhankelijk is van de woonruimte die door dezelfde derde of door een aan die derde gelieerde (rechts)persoon wordt geboden, tenzij het wonen (verblijf) onderdeel is van de indicatie.

Rechtspraak bij dit artikel