Op 8 maart 2016 is de tweede wijziging van de ‘Beleidsregels voor beperkte afwijkingen van het bestemmingsplan 2013’ (hierna: afwijkingenbeleid) door het college vastgesteld. Met de 2e wijziging is het afwijkingenbeleid aangevuld met een driedeling in de grondhouding van het college voor het al dan niet verlenen van medewerking. Hierdoor maakt het afwijkingenbeleid duidelijk wat in principe wel, al dan niet onder voorwaarden, of op voorhand niet is toegestaan. Daarbij is een middencategorie aangebracht, ‘Ja, mits’, waarin het afwegingskader wordt meegegeven voor gevallen waarin onder voorwaarden kan worden meegewerkt. Het afwijkingenbeleid voor kruimelgevallen wordt stapsgewijs nader uitgewerkt indien daar aanleiding toe is. Via de 3e wijziging van het afwijkingenbeleid zijn er 7 wijzigingen doorgevoerd die er met name op gericht waren om de toepassing van het afwijkingenbeleid voor een aantal kruimelonderdelen te verduidelijken.
Onderhavige 4e wijziging is gericht op het stellen van een concreet beleidskader voor afwijkingen van het bestemmingsplan (specifiek voor de gebruiksverandering van gebouwen) binnen het bestemmingsplangebied ‘De Baanderij’. Het bedrijventerrein De Baanderij biedt ruimte voor traditionele bedrijvigheid, waar met name in de milieucategorieën 3 en hoger sterke behoefte naar bestaat binnen de Leidse regio. Dit volgt onder andere uit een kwantitatief behoefteonderzoek van bureau Stec dat voor de Leidse regio is uitgevoerd.
Om de schaarse ruimte voor dit type bedrijvigheid te behouden is in de regio een convenant gesloten (Ruimte voor bedrijven) waarin afspraken zijn gemaakt over de transformatie van bedrijventerreinen. Hiertoe is vervolgens een regionale bedrijventerreinen-strategie vastgesteld.
Tegelijkertijd biedt het bedrijventerrein De Baanderij ruimte voor commerciële leisure-functies waar tevens behoefte naar bestaat. Deze functies geven veelal een (bij voorkeur tijdelijke) nieuwe invulling aan bedrijfspanden die vrijkomen / leegstaan. Dergelijke functiemenging komt landelijk op veel bedrijventerreinen voor.
In de Ruimtelijke structuurvisie Leiderdorp 2035 wordt dit onderschreven. Volgens de structuurvisie moet worden ingezet op het ontstaan van aantrekkelijke werklandschappen, waar deels ook menging met woonfuncties kan plaatsvinden. Dit laatste is met name aan de orde op de Baanderij, waar als accent de lokale bedrijvigheid is aangevuld met perifere detailhandel en leisure.
Gelet op deze doelstellingen kan op De Baanderij aan leisure-functies in beperkte mate (als aanvulling op de primair bestemde traditionele bedrijvigheid) ruimte worden geboden door hiervoor afwijkingen van het bestemmingsplant te faciliteren. In relatie tot de Gebiedsvisie Baanderij bij voorkeur tijdelijke afwijkingen.
Voor gebruiksverandering van gebouwen kan dit op grondslag van artikel 4 lid 9 van Bijlage II van het Bor. Aan de omgevingsvergunning kan voorts een instandhoudingstermijn worden verbonden van maximaal 10 jaar. Belangrijk aandachtspunt is dat leisure een aanvulling blijft vormen. Een objectieve begrenzing van het maximaal toelaatbare aanbod is daarom wenselijk. Dit voorkomt beslissingen die op gespannen voet staan met het gelijkheidsbeginsel / willekeur. Het is wenselijk om deze bovengrens duidelijk vast te leggen in het afwijkingenbeleid. Reden om via deze 4e wijziging het beleid aan te vullen.
De huidige beleidsregels voor de toepassing van het artikel voor gebruiksverandering van gebouwen worden aangevuld met de soorten leisure waar ruimte voor wordt geboden alsook de oppervlakte die daarvoor maximaal mag worden aangewend.