Naar hoofdinhoud
1.. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig acht hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid hem interrumpeert. 2.. De voorzitter kan in een geval als bedoeld in het eerste lid, onder b, bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 3.. Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, zijn plicht tot geheimhouding schendt, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt degene door de voorzitter tot de orde geroepen. 4.. Indien de spreker geen gevolg geeft aan de oproep van de voorzitter zoals bedoeld in het vorige lid, kan de voorzitter diegene gedurende de desbetreffende vergadering over het aanhangige onderwerp het woord ontnemen. 5.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen tijd. 6.. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

Rechtspraak bij dit artikel