De draagkracht in het inkomen wordt op grond van de volgende regels vastgesteld:
het college stelt het nieuwe inkomen van het huishouden van aanvrager vast en baseert dat op de peilmaand januari 2021 (als de inkomensval na januari 2021 plaats vindt, is de eerste maand waarin het inkomen achteruit gegaan is de peilmaand);
het college stelt vast welke bijstandsnorm op grond van de Participatiewet op de situatie van belanghebbende van toepassing is;
het college stelt het meerinkomen vast door op het nieuwe inkomen de van toepassing zijnde bijstandsnorm in mindering te brengen;
belanghebbende dient 80% van genoemde meerinkomen in te zetten voor de woonlasten;
belanghebbende dient uit de op hem van toepassing zijnde bijstandsnorm een deel van de woonlasten te voldoen, dit deel is gelijk aan het huurbedrag dat in het kader van de huurtoeslag voor rekening van de huurder blijft (normhuur);
het college laat artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, van de Participatiewet buiten toepassing;
het college bepaalt het maandelijkse recht op TONK aan de hand van de volgende formule: woonlasten - (nieuw inkomen aanvrager minus de op aanvrager van toepassing zijnde bijstandsnorm) x 80% - bedrag van de normhuur.
Artikel 5