Naar hoofdinhoud
a.. De rechtsgeldige Vertegenwoordiger(s) van een Onderneming die in aanmerking wenst te komen voor Noodsteun dient daartoe een schriftelijk verzoek in te dienen bij het College. Het College beslist op het verzoek op basis van het advies van de daartoe ingestelde ambtelijke werkgroep. b.. De bepalingen van afdeling 4.4.1. van de Awb (De aanvraag) zijn van toepassing op een verzoek om Noodsteun. c.. Het verzoek bevat in ieder geval: de naam en het adres van de Onderneming, de contactgegevens van de Vertegenwoordiger(s) en de dagtekening; een schriftelijk bewijs van rechtsgeldige vertegenwoordiging namens de Onderneming dan wel een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel; een schriftelijke onderbouwing van de Acute Noodsituatie, waarin de Onderneming verkeert en de gevraagde Noodsteun; een beschrijving waarom de Onderneming niet in aanmerking komt voor dan wel gebruik maakt van voorliggende voorzieningen, zoals bedoeld in artikel 5; een beschrijving welke (eigen) inspanning de Onderneming -in redelijkheid- heeft verricht om de financiële gevolgen van de COVID-19 crisis op te vangen c.q. te verminderen. de laatste jaarrekening voorafgaande aan het jaar van aanvraag. Indien geen jaarrekening gepubliceerd hoeft te worden: de laatst opgemaakte financiële verantwoording. Het IBAN-bankrekeningnummer waarop de Noodsteun gestort dient te worden. In afwijking van de voorgaande leden is het college bevoegd om, indien het daar aanleiding toe ziet, ook meer of minder gegevens te verlangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel