Naar hoofdinhoud
Deze beleidsregel ziet op de bevoegdheid van de burgemeester tot intrekking van de exploitatievergunning of sluiting van de inrichting indien de exploitant zijn verplichtingen uit de vergunningsvoorschriften niet nakomt. De bevoegdheid van de burgemeester tot toepassen van artikel 2.41 van de APV betreft een discretionaire bevoegdheid. Dat wil zeggen dat deze bevoegdheid gebruikt wordt na een belangenafweging. In deze beleidsregel wordt vastgelegd op welke wijze de burgemeester met de discretionaire bevoegdheid omgaat (artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht). Het kan zijn dat zich omstandigheden voordoen waarin het volgen van het beleid onredelijke gevolgen heeft. In die gevallen heeft de burgemeester een inherente afwijkingsbevoegdheid en kan hij gemotiveerd afzien van het toepassen van bestuursdwang (art. 4:84 Awb). Naast de burgemeester kan het zijn dat het OM strafrechtelijk optreedt in geval van opsporing strafbare feiten. Het optreden van het OM valt buiten het kader van deze beleidsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel