Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3: › § 2.

Artikel 3.1

individuele voorziening

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Gemeente Breda 2020

1.. Een jeugdige kan in aanmerking komen voor een individuele voorziening als sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en/of stoornissen, waarvoor de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders met behulp van hun sociaal netwerk ontoereikend zijn. Er is sprake van ontoereikende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, als en voor zover de opvoeder naar het oordeel van het college niet: op eigen kracht, en/of; met hulp van andere personen uit het sociaal netwerk, en/of; met gebruikmaking van voorzieningen zoals bedoeld in artikel 2.1, en/of; met gebruikmaking van andere voorzieningen; deze problemen of stoornissen kan verminderen of wegnemen. 2.. Als naar het oordeel van het college voor de jeugdige of diens ouders een aanspraak bestaat op een passende overige voorziening zoals bedoeld in artikel 2.1, weigert het college de aanvraag voor een individuele voorziening. 3.. De jeugdhulp als bedoeld in het eerste lid levert, rekening houdend met de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 3.4, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de jeugdige in staat wordt gesteld tot het realiseren van de doelstellingen uit artikel 2.3 lid 1 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel