**1..** Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, doet op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem/haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
**2..** Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
De jeugdige en/of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid.
De jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen.
De individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten.
De jeugdige en/of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb.
De jeugdige en/of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
De jeugdige en/of zijn ouders niet meewerken aan onderzoeken van de gemeente die betrekking hebben op artikel 3.4.
**3..** Als er sprake is van een individuele voorziening in pgb kan het college de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van de budgethouder een vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 6.1
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering
Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Gemeente Breda 2020