Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 5.1

Voorkomen en bestrijding misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Gemeente Breda 2020

1.. Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van de wet. 2.. Ter voorkoming van het onterecht ontvangen van jeugdhulp, waaronder ook pgb’s, alsmede het bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet is het college bevoegd controles uit te voeren die betrekking hebben op de naleving van: de regels uit de wet; de regels uit deze verordening; de regels zoals gesteld in de nadere regels; de voorwaarden die voortvloeien uit overeenkomsten met aanbieders. 3.. Het college kan een toezichthouder aanwijzen die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van deze wet. 4.. Het college kan nadere regels stellen over de bevoegdheden van de toezichthouder. 5.. Teneinde uitvoering te geven aan de toezichthoudende taak als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel d van de wet verwerkt het college persoonsgegevens, waaronder mogelijk bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9 van de Avg. 6.. De controles als bedoeld in het tweede lid kunnen betrekking hebben op de rechtmatigheid, als ook op de kwaliteit van de jeugdhulp. 7.. Het college kan: de besteding van pgb’s, al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen of de budgethouder nog voldoet aan de voorwaarden om voor een pgb in aanmerking te komen; bij de controle als bedoeld in onderdeel a kan ook de derde worden betrokken aan wie het pgb wordt besteed. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan; de ondersteuning geboden door aanbieders, al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen of de aanbieder en/of de ondersteuning nog voldoen aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. 8.. Voor de controle als bedoeld in het tweede lid heeft het college geen specifieke aanleiding nodig. Het college kan bij de controles een thematische aanpak hanteren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel