Naar hoofdinhoud

Hoofstuk 3.

Artikel 14.

Financieringsfunctie

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Oldebroek 2021

1.. Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren; het afstemmen van nieuwe leningen/uitzettingen op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitenrisico’s; het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2.. Daarbij neemt het college bij de uitvoering van de financieringsfunctie het volgende in acht: 3.. Voor het aantrekken van geldleningen worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd. De opdrachtbevestiging wordt opgevraagd en vastgelegd. 4.. Voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke waarden, die op grond van de Wet financiering decentrale overheden (Fido) niet mogen worden overschreden. Het college informeert de raad indien de kasgeldlimiet of de renterisiconorm (dreigt te) worden overschreden. 5.. Eventuele (tijdelijk) overtollige middelen worden (conform de wet) uitsluitend aangehouden bij het Rijk, het zogenaamde schatkistbankieren. 6.. Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak aan door de raad goedgekeurde derde partijen. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties en hoort de raad alvorens hij hierover definitief een besluit neemt. 7.. Bij het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak / het algemeen maatschappelijk belang bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van het uitzetten van middelen, het verstrekken van leningen en garanties en financiële participaties. 8.. Voorwaarden om in aanmerking te komen voor garantieverstrekking zijn dat: de activiteiten waarvoor garantie wordt gevraagd, een publiek / algemeen maatschappelijk belang dient; aantoonbaar is dat geen financiering op de markt kan worden verkregen en gemeentegarantie strikt noodzakelijk is; de geldnemer structureel in staat is de verschuldigde rente en aflossing te dragen; alleen onroerende zaken voor garantie in aanmerking komen, overige bestedingsdoelen zijn uitgesloten; de weerstandscapaciteit toereikend is om de garantie te kunnen verlenen. 9.. Eisen te stellen aan de garantie: als een garantie is verstrekt, is dit alleen tot zekerstelling van de lening waarvoor de garantie is verstrekt; in een garantie wordt geen afstand gedaan van de voorrechten die wettelijk aan een borg toekomen; in een garantie worden geen bedingen opgenomen die de aansprakelijkheid van de gemeente verhogen of uitbreiden boven of naast de betaling van rente en aflossing. 10.. Als de gemeente op grond van een garantie een betaling heeft verricht in de plaats van een in gebreke gebleven geldnemer, is de regresvordering in een eventueel faillissement van de geldnemer bevoorrecht op eventuele andere vorderingen die een geldverstrekker op de geldnemer heeft. 11.. Beslissingsbevoegdheid: het college is bevoegd te besluiten over het verlenen, weigeren, vaststellen van de garantie, leningen en financiële participaties; het college kan aanvullende regels stellen bij een garantieverlening.

Rechtspraak bij dit artikel