Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 20.

Budgethouderschap

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Oldebroek 2021

1. . De (deel)budgethouders zijn verantwoordelijk voor de budgetbeheersing en -bewaking van de door de raad in de gemeentelijke begroting ter beschikking gestelde financiële middelen ter realisatie van de vermelde programma's. Dit is inclusief de daaruit voortvloeiende producten - zowel uitgaven als inkomsten - evenals de op de kostenplaatsen geraamde uitgaven en inkomsten. 2. . De (deel)budgethouder is verantwoordelijk voor de volledige, juiste en tijdige budgetbeheersing en -bewaking. De (deel)budgethouder is verplicht alles te doen wat voor een goede uitoefening van de functie nodig is. De (deel)budgethouder kan zich bij de uitoefening van zijn functie niet beroepen op onvolledigheid van deze regeling of een ander voorschrift bij het nalaten van datgene wat in redelijkheid tot zijn taak wordt geacht te behoren. 3. . Bij de uitoefening van het (deel)budgethouderschap handelen de (deel)budgethouders zelfstandig, met inachtneming van de volgende voorwaarden, dat: er ruimte is binnen de voor de producten beschikbaar gestelde budgetten; de ingezette financiële middelen worden ingezet in overeenstemming met het doel waarvoor ze zijn geraamd; er geen nieuwe aspecten of interpretaties aan de orde komen, die in de toekomst kunnen leiden tot, een groter beslag op financiële middelen, een hoger risico en/of een wijziging of een inperking van beleid; bij voorstellen tot wijziging van bestaand beleid, c.q. voorstellen voor nieuw beleid tegelijkertijd een dekkingsplan wordt aangeboden. 4. . De (deel)budgethouder is met het oog op de realisatie van de onder zijn verantwoordelijkheid tot stand te brengen producten gemachtigd binnen de aangewezen en goedgekeurde budgetten - investeringskredieten daaronder begrepen - en in overeenstemming met het vastgestelde inkoopbeleid contractuele verplichtingen met derden aan te gaan en uitgaven te doen voor: uitvoering van werken; levering van goederen; verlening van diensten. 5. . Hieronder vallen ook de begrote inkomsten te verwerven met het oog op de realisering van het betreffende product. Deze machtiging is ingeregeld in en wordt afgedwongen door het financieel systeem. 6. . De verantwoordelijk budgethouder/manager bepaalt wie binnen zijn of haar team verantwoordelijk is voor welk budget. Een opdracht tot wijziging van het (deel)budgethouderschap wordt vastgelegd door de applicatiebeheerder van het financieel systeem. 7. . In tegenstelling tot de deelbudgethouder is de budgethouder/manager gemachtigd om bovengenoemde contractuele verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen voor álle budgetten die onder zijn of haar organisatorische verantwoordelijkheid vallen. Dit is ingeregeld in en wordt afgedwongen door het financieel systeem. 8. . De rapporteringstolerantie voor budgetover- en onderschrijdingen bedraagt € 25.000,- 9. . In zeer dringende gevallen is de (deel)budgethouder gemachtigd om, na verkregen instemming van de portefeuillehouder, verplichtingen aan te gaan om een product te realiseren, zonder dat daarvoor een goedgekeurd dan wel toereikend budget of investeringskrediet aanwezig is. 10. . Als de hiervoor genoemde bepaling gebruik wordt gemaakt, wordt het college van burgemeester en wethouders hiervan door de (deel)budgethouder schriftelijk op de hoogte gesteld, onder vermelding van de noodzaak om hiertoe over te gaan. Indien noodzakelijk kan een voorstel tot het beschikbaar stellen van een budget voorgelegd worden aan het college van burgemeester en wethouders. 11. . Opdrachten tot uitvoering van werken, levering van goederen en diensten en alle gunningen en de opdrachten tot meerwerk, worden zoveel als mogelijk schriftelijk gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel