1. Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende algemene regels vastgesteld:
De inzamelvoorziening dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor het is bestemd (verzamelen en bewaren van categorieën grond- en afvalstoffen).
De gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en/of inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt.
De inworpopening dient na gebruik goed te worden gesloten, er mag niets uit de inworpopening steken.
Het is verboden om afvalstoffen op, om of naast de inzamelvoorziening te plaatsen. Ook indien de inworpopening in storing is of de container om een andere reden niet bruikbaar is.
Gemorst afval bij het aanbieden dient te worden opgeruimd.
De inzameldienst is bevoegd om de rolcontainer te voorzien van een chip met een uniek nummer en een sticker waarop staat vermeld: een straatnaam, huisnummer, postcode, plaats, afvalstroom waar de container voor is bestemd, volume van de container en een barcode. De sticker en/of chip wordt gebruikt om het inzamelmiddel te identificeren als behorend bij een specifiek adres voor adresgebonden inzameling. Daarnaast dient de container identificeerbaar te zijn voor het geval hij wordt vermist en/of in geval van diefstal of misbruik van de container. Het chipnummer is gekoppeld aan de afvalstroom waarvoor de container is bestemd, het volume van de container, een postcode, een plaatsnaam en een huisnummer. De gegevens worden na lediging niet opgeslagen.
De inzamelmiddelen blijven eigendom van de inzameldienst en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden.
De gebruiker is verantwoordelijke voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen en afvalpas als ware het zijn eigendom. Het is niet toegestaan het identificatiemiddel te verwijderen, te beschadigen of op enig andere wijze onleesbaar of onbruikbaar te maken.
Inzamelmiddelen die niet namens de inzameldienst zijn verstrekt, die voor lediging worden aangeboden of op de openbare ruimte zijn geplaatst, worden niet geleegd.
2. Rolcontainers en (ondergrondse)containers:
De rolcontainer dient met de handvaten van de weg af te worden aangeboden.
Indien de rolcontainer geheel of gedeeltelijk niet geleegd kan worden door toedoen van de gebruiker of door omstandigheden buiten de schuld van de inzameldienst (o.a. vastklemmen, vastvriezen van afval) is dit voor risico van de gebruiker.
Indien de inzameldienst in het inzamelmiddel afvalstoffen aantreft die hierin niet aangeboden mogen worden, is het de inzameldienst toegestaan om deze niet te legen.
Indien de rolcontainer niet volledig is gesloten, is het de inzameldienst toegestaan om de rolcontainer niet te legen.
Het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden rolcontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 80 kilogram.
Inzamelmiddelen die niet namens de inzameldienst zijn verstrekt, die voor lediging worden aangeboden of op de openbare ruimte zijn geplaatst, worden niet geleegd.
Gebruikers kunnen een tweede rolcontainer voor GFT+E en/of PDB bij de inzameldienst aanvragen.
3. Aanbieden van afvalstoffen zonder inzamelmiddel:
De volgende categorieën huishoudelijke afvalstoffen mogen op afspraak met de inzamelaar zonder inzamelmiddel bij het perceel worden aangeboden: Grof huishoudelijk afval, wit- en bruingoed, elektrische apparaten en takken.
Het aanbieden van de onder lid a genoemde categorieën afvalstoffen kan op afroep plaatsvinden; de aanbieder dient voor de inzameling op afroep een afspraak te maken met de inzameldienst.
Het grof huishoudelijk afval dient op de afgesproken dag op een voor het inzamelmaterieel bereikbare (zo dicht mogelijk bij de rijbaan) en aangewezen aanbiedplaats in de directe nabijheid van de woning klaar te staan. Grof huishoudelijk afval dient op de begane grond te worden aangeboden.
Bij het op afspraak met de inzamelaar aanbieden van grof huishoudelijk afval bepaalt de inzamelaar de aangeboden hoeveelheid in m3. De bewoner van het perceel is verplicht om op het overdrachtsmoment aanwezig te zijn en de aangeboden hoeveelheid schriftelijk te accorderen.
Bouw- en sloopafval mag niet op afroep worden aangeboden. Deze stromen mogen wel op de milieustraten worden aangeleverd.
Bedrijfsafval wordt niet als grof huishoudelijk afval aangemerkt.
Bij afgifte van afvalstoffen op de milieustraat is het acceptatiebeleid van de inzamelaar van toepassing.
4. Afvalpas:
De door of namens de inzameldienst verstrekte afvalpas behoort bij het perceel waar afval via (ondergrondse) containers wordt ingezameld.
De gebruiker van een perceel dient zich tot de inzameldienst te wenden indien bij een verhuizing naar een ander perceel (waar via ondergrondse verzamelcontainers afval wordt ingezameld) geen of een defecte afvalpas wordt aangetroffen.
De gebruiker van een afvalpas is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen afvalpas als ware het zijn eigendom.
Bij verlies of beschadiging van de afvalpas, waardoor deze niet meer bruikbaar is, kan tegen een vergoeding een nieuwe pas bij de inzameldienst worden aangevraagd. Een onbeschadigde pas die het niet doet, wordt kosteloos vervangen.
Per perceel waaraan als inzamelvoorziening een (ondergrondse)verzamelcontainer is toegewezen wordt maximaal één afvalpas voor (ondergrondse) inzamelvoorzieningen verstrekt.
Hoofdstuk 1
Artikel 9