Met de omzetting van ontwikkelingsgerichte dagbesteding naar een beschikkingsvrije voorziening beogen we:
Vermindering van bureaucratie door te stoppen met indicatiestelling, waardoor cliënten minder intakes hebben.
Minder onrust en onzekerheid bij cliënten over de toekenning of verlenging van indicaties.
Laagdrempeligere en toegankelijkere dagbesteding. Het is belangrijk dat mensen met een beperking een zinvolle daginvulling hebben.
Meer flexibiliteit in de uitvoering van dagbesteding, omdat bij aanpassing van de behoefte aan dagbesteding de indicatie niet gewijzigd hoeft te worden. Dit is met name van belang als trajectgericht en in modules (deels individueel, deels in kleine en deels in grotere groepen) wordt gewerkt, gericht op uitstroom.
Meer mogelijkheden voor samenwerking met inloopvoorzieningen, welzijns- en culturele organisaties, zodat mensen bijvoorbeeld gemakkelijker (deels) met behulp van (individuele) begeleiding mee kunnen doen aan ‘gewone’ (wijk)activiteiten).
Meer flexibiliteit in de wisselwerking tussen ontwikkelingsgerichte en arbeidsmatige dagbesteding1Arbeidsmatige dagbesteding, waarbij enige vorm van productie wordt geleverd, in bijvoorbeeld lunchcafés, verpleegtehuizen, ziekenhuizen of bij Conexxion, wordt uitgevoerd (indicatiestelling en contracten met aanbieders) onder regie van WerkBedrijf Rijk van Nijmegen. Dit is belegd bij WerkBedrijf om ontwikkeling op de participatieladder te stimuleren en om op cliëntniveau en bij werkgevers de aansluiting te maken op de Participatiewet.. Voor een aantal cliënten is een combinatie passend of is soepel switchen tussen beiden gewenst vanwege mogelijke terugval of om andere redenen, zie de trap van Dannenberg2https://www.youtube.com/watch?v=_uc1bn9VAb8.
Deze doelen betrekken we bij de evaluatie van de pilot, om te bezien of de verwachtingen ten aanzien van indicatievrije dagbesteding uitkomen. Om te bepalen of de pilot een succes is, wordt in het voorjaar van 2022 (met het oog op contractering vanaf 2023) een tussenevaluatie uitgevoerd om antwoord te krijgen op de volgende vragen:
hoe heeft de cliënttevredenheid (cliëntervaring) zich ontwikkeld in vergelijking tot deelnemers aan geïndiceerde dagbesteding;
wat heeft indicatievrije dagbesteding opgeleverd voor de deelnemers: wat is het ervaren verschil met deelname aan dagbesteding op basis van een indicatie?
zijn de bureaucratie en dubbele intakes verminderd;
is de laagdrempeligheid, bereikbaarheid/vindbaarheid en toegankelijkheid van ontwikkelingsgerichte dagbesteding vergroot (o.a. of sprake is van wachtlijsten);
is de flexibiliteit de uitvoering van dagbesteding toegenomen;
hoe verloopt de samenwerking tussen aanbieders van indicatievrije dagbesteding en de sociaal (wijk)teams – wordt er afgestemd met de sociale (wijk)teams?
zorgen aanbieders voor warme overdracht naar een passende alternatieve plek als blijkt dat dagbesteding bij de betreffende aanbieder niet passend is;
hoe heeft de diversiteit in het aanbod voor dagbesteding zich ontwikkeld (meer/minder variatie in type activiteiten o.a.);
zijn er inclusieve activiteiten ontwikkeld dankzij de samenwerking met welzijn en cultuur en wat is de meerwaarde hiervan voor deelnemers;
is de mogelijkheid om soepel te switchen op de participatieladder, bijvoorbeeld tussen ontwikkelingsgerichte en arbeidsmatige dagbesteding of beschut werk, vergroot;
op welke wijze passen aanbieders cultuur- en LHBTQI-sensitief werken toe in de praktijk;
wat zijn de financiële consequenties, o.a. is er sprake van groei of krimp t.o.v. pxq-financiering?
Deze evaluatie wordt door de gemeenten uitgevoerd bij deelnemers en aanbieders. Ter beantwoording van bovenstaande vragen stellen de gemeenten in overleg met de deelnemende aanbieders een onderzoeksopzet op. Van aanbieders wordt gevraagd medewerking te verlenen aan de evaluatie.
Hiervoor levert de aanbieder in ieder geval de volgende gegevens aan de gemeenten:
naam deelnemer
contactgegevens deelnemer
Elke gemeente ontvangt alleen de gegevens van de deelnemers uit de eigen gemeente. De gegevens worden aangeleverd via een beveiligde verbinding, zoals veilig mailen of het berichtenverkeer. Over de frequentie van aanleveren wordt nog een afspraak gemaakt. We gaan uit van minimaal 2 x per jaar en maximaal 4 x per jaar.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.2
Doel en evaluatie pilot
Onderdeel van Subsidieregeling Pilot ontwikkelingsgerichte dagbesteding als algemene voorziening