Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › § 1.3

Artikel 6

B064 - Draagkrachtperiode

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Asten 2021

1.. Incidentele bijzondere bijstand De draagkracht wordt berekend over een periode van 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin het recht op bijzondere bijstand ontstaat en wordt in één keer met de bijzondere bijstand verrekend. Ten aanzien van aanvragen met terugwerkende kracht geldt dat het draagkrachtjaar start bij de eerste van de maand waarin de kosten zijn opgekomen. 2.. Periodieke bijzondere bijstand De draagkracht wordt berekend over de periode vanaf de eerste dag van de maand waarin het recht op bijzondere bijstand ontstaat, tot de maand waarin de kosten zich niet meer voordoen, met een maximum van 12 maanden. De draagkracht wordt berekend naar rato van het aantal maanden van de periode waarop de bijzondere bijstand betrekking heeft. Ten aanzien van aanvragen met terugwerkende kracht geldt dat het draagkrachtjaar start bij de eerste van de maand waarop de kosten zijn opgekomen. 3.. Bij samenloop wordt de draagkracht het eerst in mindering gebracht op de periodieke kosten. De resterende draagkracht wordt in mindering gebracht op de incidentele kosten. 4.. Bij samenloop wordt de draagkracht uit vermogen het eerst verrekend en daarna de draagkracht uit inkomen. 5.. In geval samenloop geldt dat: Voor personen met (aanvullende) bijstand voor de kosten van het levensonderhoud op grond van de Participatiewet de draagkrachtperiode in beginsel wordt vastgesteld voor onbepaalde tijd indien en zolang zij recht hebben op de bijstandsuitkering én zich geen wijzigingen (zullen) voordoen die dat recht beïnvloeden. Voor personen die een uitkering ontvangen op grond van de IOAW, IOAZ, IOW, Bbz, Wajong, WIA, WAZ, WAO, Anw en/of AOW, die niet over draagkracht beschikken, de draagkrachtperiode in beginsel wordt vastgesteld voor de duur van drie jaar.

Rechtspraak bij dit artikel