Naar hoofdinhoud
Ten aanzien van het criterium dat de inkomensterugval het gevolg moet zijn van de coronacrisis, kan worden volstaan met een verklaring van de aanvrager dat dit het geval is. Ten aanzien van het criterium dat sprake moet zijn van een substantiële inkomensterugval geldt dat het inkomen in de maand januari 2021 minstens 30% lager moet zijn dan het inkomen in de maand januari 2020. Als de maand januari 2021 niet representatief is voor het inkomen, dan beoordeelt het college het gemiddelde inkomen per maand over de maanden januari 2021 en februari 2021. Het vermogen waarover de aanvrager en de eventuele partner met wie de aanvrager een gezamenlijke huishouding voert, beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, moet op de peildatum lager zijn dan tweemaal het bedrag zoals genoemd in artikel 34 lid 3 van de wet. Onder vermogen wordt in het kader van deze beleidsregels verstaan: contant geld; geld op betaal- en spaarrekeningen; geld in een e-wallet of cryptovaluta zoals onder andere bitcoins; de waarde van effecten, saldo van beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties en opties en effecten in depot. In afwijking van artikel 34 lid 1 sub a van de wet, worden bij het bepalen van het vermogen schulden niet in aanmerking genomen. Vermogen van ten laste komende kinderen en vermogen gebonden in de onderneming van de aanvrager(s) wordt buiten beschouwing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel