Naar hoofdinhoud
In hoofdstuk 2 wordt teruggeblikt op de uitkomsten van de woonprogrammering 2016-2019. Hoofdstuk 3 geeft de belangrijkste resultaten van het woningmarktonderzoek en aanvullende onderzoeken weer. In hoofdstuk 4 worden de opgave (het ‘wat’) en strategie (het ‘hoe’) voor de nieuwe programmering beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de opgave voor een aantal specifieke doelgroepen en thema’s nader uitgewerkt. Hoofdstuk 6 tot slot beschrijft enkele uitvoeringsonderdelen van de woonprogrammering en de wijze waarop de monitoring van de woonprogrammering is ingericht. Het opstellen van de nieuwe woonprogrammering komt tot stand in een woelige periode. De dynamiek op de woningmarkt wordt groter, het belang van flexibiliteit en tijdelijkheid neemt toe, de betaalbaarheid van het wonen staat onder steeds meer druk en de verduurzaming van de woningbouw vormt een opgave van formaat. Deze ontwikkelingen staan beschreven in bijlage 1. De woonprogrammering komt tot stand in een periode waarin de effecten van de Corona-crisis voor de woningmarkt nog onduidelijk zijn. Veel, zo niet alles, zal afhangen van het tempo waarin er een werkzaam vaccin op de woningmarkt zal komen. Hoe langer dit duurt, des te groter zullen de effecten op de woningmarkt zijn. Veel zal daarbij afhangen van de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Als veel mensen hun baan verliezen, zal de vraag naar duurdere (koop-)woningen inzakken en de vraag naar goedkopere (huur-)woningen toenemen. Een uitgebreide beschrijving van de effecten van de Corona-crisis is te vinden in bijlage 2. De ervaringen van de afgelopen jaren en de onzekerheden over de toekomst vragen om een andere manier van programmeren. De Coronacrisis is daar een voorbeeld van. Dat vraagt om flexibel (‘adaptief’) programmeren. Een uitgebreide beschrijving van de redenen om over te gaan op een andere manier van programmeren zijn te vinden in bijlage 3. In bijlage 4 wordt de beleidsmatige context beschreven waarin deze nota tot stand komt. Aan de orde komen rijksbeleid, regionaal beleid en lokaal beleid (Omgevingsvisie 2040, Woonvisie 2018, Woonprogrammering 2016-2019 en Programmering Studentenhuisvesting 2019-2024). In het raadsvoorstel programmering studentenhuisvesting 2019-2024 is vastgelegd dat deze separate programmering in het kader van de nieuwe stedelijke woonprogrammering wordt geactualiseerd en daarin wordt opgenomen. Daartoe is de programmering studentenhuisvesting tussentijds geëvalueerd. De uitkomsten van deze evaluatie zijn opgenomen in bijlage 5. Onderdeel van het woonbeleid is vraaggericht bouwen. De uitkomsten hiervan zijn geëvalueerd en opgenomen in bijlage 6. Bijlage 7 geeft de uitkomsten van de uitvraag tijdelijke woningen. In bijlage 8 is de woningbehoefte van internationale werknemers uitgewerkt. In bijlage 9 tot slot wordt een beschrijving gegeven van de leegstand van woningen in Maastricht.

Rechtspraak bij dit artikel