Tabel 1
Woningproductie 2016-2020
A
Nieuwbouw
B
Af: Sloop
C= A+B
Bruto toename /nieuwbouw minus sloop)
D
Saldo Overige toevoeging1)
E
Af: Correctie CBS
F=C+D+E
Saldo toename
Totaal 2016-2019
506
-538
-32
907
-54
821
2020
621
-199
422
PM 2)
PM
422
TOTAAL
2016-2020
1.127
-737
390
907 +PM
-54 +PM
1.243 +PM
Bron: 2016-2019: CBS Statline, 2020: bewerking gemeente Maastricht
Dit betreft het saldo van woningsplitsing en herbestemming naar zelfstandig wonen. Voor zover het gaat om zelfstandige studentenhuisvesting is dit opgenomen in deze tabel. Dat levert extra woningen op. Daarnaast vermindert het aantal woningen door woningsamenvoeging en herbestemmen naar een andere functie dan wonen.
Dit aantal verschilt sterk per jaar. Het is daarom niet mogelijk hier een goede schatting van te maken. De feitelijke stand kan voorjaar 2021 worden opgemaakt als de definitieve BAG-gegevens aan het CBS zijn doorgegeven en verwerkt.
In totaal zijn tot en met 2019 ruim 800 zelfstandige woningen toegevoegd. Het saldo van sloop en nieuwbouw was in de periode negatief. Dit is veroorzaakt door het feit dat corporaties versneld plannen voor sloop hebben ingediend en hiermee in aanmerking kwamen voor een korting op de verhuurdersheffing. Hierdoor is in de jaren 2016-2019 de groei van de woningvoorraad terug te voeren op veranderingen in de bestaande gebouwenvoorraad (splitsen in zelfstandige appartementen, herbestemmen van niet-woongebouwen naar zelfstandige woonruimte). Een aanzienlijk deel hiervan is de zelfstandige studentenhuisvesting die de afgelopen jaren is gerealiseerd.
Voor 2020 is het verwachte beeld duidelijk anders. Het saldo van sloop en nieuwbouw komt uit op ruim 400 woningen. Het hoge aantal sloopwoningen is een gevolg van het feit dat corporaties de sloop in de tijd naar voren hebben gehaald in verband met een korting op de verhuurdersheffing. Het saldo van andere toevoegingen is voor 2020 nog onbekend.
Voor de gehele periode komt de toename van de woningvoorraad uit op ca. 1.250 woningen, waarvan 390 (ca. eenderde) als gevolg van (al dan niet vervangende) nieuwbouw en 907 (ca. tweederde) als gevolg van veranderingen in de bestaande gebouwenvoorraad.
Een vergelijking over de tijd laat zien dat de in 2016 uitgesproken verwachting dat de dynamiek, die er normaal gesproken is in de bestaande woningvoorraad, door de prioritering en het daarbij geformuleerde flankerend beleid, zou verminderen, wel is uitgekomen. Het aantal toevoegingen anders dan nieuwbouw lag in 2018 en 2019 duidelijk lager dan in 2016 en 2017.
Er zijn in 2016 afspraken gemaakt met de provincie en regiogemeenten over de woningbouw. Hier wordt in paragraaf 2.7 apart op ingegaan.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Totaalproductie
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent woonprogrammering