In deze woonprogrammering ligt een grote nadruk op het realiseren van betaalbare huurwoningen. In een dichtbevolkt stedelijk gebied met hoge grond- en vastgoedprijzen is dat een tour de force. Zonder een financiële bijdrage is het voor corporaties en andere marktpartijen die willen investeren in huurwoningen, niet mogelijk om deze woningen onder de huurtoeslaggrens te realiseren.
Uit de ervaringen met de inzet van de in 2016 door de raad ter beschikking gestelde gelden voor de herstructurering van sociaal woningbezit blijkt dat er per woning gemiddeld € 6.500,- aan subsidie is verstrekt om de ontwikkeling van betaalbare huurwoningen mogelijk te maken. Hiermee is een deel van de onrendabele top weggenomen. Het restant was voor rekening van de woningcorporaties. Deze projecten hadden naar verwachting geen doorgang kunnen vinden zonder deze steun, en hadden vaak zelfs nog aanvullende steun nodig vanuit de Provincie Limburg om het project uiteindelijk te kunnen starten. Ook werd in veel gevallen door de gemeente aanvullend geïnvesteerd om de openbare ruimte opnieuw in te richten of van een impuls te voorzien.
Een betaalbare sociale huurwoning neerzetten is, mede vanwege de afnemende financiële middelen van de corporaties sinds de invoering van de verhuurdersheffing, steeds lastiger geworden. Dit pleit ervoor om als gemeente, mits dit planologisch kan worden vastgelegd, initiatiefnemers die sociale huurwoningen willen bouwen op de juiste locaties, te blijven ondersteunen met financiële middelen. Hiervoor kunnen de resterende gelden van de regeling ‘Herverdeling woningbouwprogramma’ en ‘Vraaggericht bouwen’ worden ingezet. Deze worden met name gericht op een goede inpassing van deze woningen in de gewenste omgeving.
Voor het verstrekken van extra startersleningen wordt een budget gevraagd van € 393.750,-. Hiermee kunnen in totaal 100 startersleningen aan koopstarters worden verstrekt (dat zijn er met het huidige budget 37). Op termijn worden dat er meer, omdat er immers door aflossing langzaamaan geld terugvalt in het hiervoor ingestelde revolverende fonds.
Voor de procesbegeleiding van op te starten initiatieven voor collectief particulier opdrachtgeverschap wordt voorgesteld van de hiervoor resterende gelden een bedrag van € 140.000,- (€ max. € 20.000,- per project) te reserveren voor de procesbegeleidingskosten en € 10.000,- te reserveren voor de communicatie over op te starten projecten via Thuis in Maastricht.
Voor de ontwikkeling van een volgsysteem voor de uitvoering van de woonprogrammering (‘dasboard’) is een bedrag van € 50.000,- nodig. Dit systeem wordt intern ontwikkeld en uitgevoerd.
Tabel 31
Budget uitvoering woonprogrammering
Bijdrage nieuwbouw sociale huur
€ 1.204.586,-
Verhogen revolverend fonds startersleningen
€ 393.750,-
Stimuleren collectief particulier opdrachtgeverschap
€ 140.000,-
Monitoring (‘dashboard’) uitvoering woonprogrammering
€ 50.000,-
Totaal
€ 1.788.336,-
Dekking resterende gelden herstructurering *)
€ 1.280.000,-
Dekking gelden vraaggericht bouwen
Budget:
Klussubsidie € 500.000,-, resteert € 467.336,-
Meerkosten CPO € 175.000,-, resteert € 145.000,-
Communicatie € 46.000,- resteert € 46.000,-
Minus reservering meerkosten CPO € 140.000,-
Minus reservering communicatie CPO € 10.000,-
€ 508.336,-
Dekking
€ 1.788.336,-
*Op het moment van schrijven loopt er nog een subsidieaanvraag van Servatius voor € 140.000,-, die naar verwachting zal worden gehonoreerd. Dit bedrag is nog niet afgetrokken van dit resterende budget en zal, wanneer de subsidie wordt toegekend, in mindering worden gebracht op het restant-bedrag.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.11
Financiële paragraaf
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent woonprogrammering