**1..** De gemeente kan een voorziening uit dit hoofdstuk beëindigen als:
De inwoner die gebruik maakt van een voorziening zich niet houdt aan de gemaakte afspraken die in het trajectplan zijn opgenomen of die in de wet staan.
De inwoner die gebruik maakt van een voorziening niet meer tot de doelgroep van de gemeente hoort.
De inwoner die gebruik maakt van een voorziening algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt.
Uitgezonderd zijn voorzieningen die in de wet of deze verordening ook mogelijk zijn na het aanvaarden van werk.
Als de gemeente vindt dat de voorziening onvoldoende oplevert om snel aan het werk te gaan.
Als de gemeente vindt dat de voorziening niet meer geschikt is voor de inwoner die gebruik maakt van de voorziening.
De inwoner niet naar behoren gebruik maakt van een aangeboden voorziening.
De inwoner die gebruik maakt van een voorziening niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening of de wet worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
**2..** De gemeente kan nadere regels vaststellen over voorzieningen.
**3..** De regels, als bedoeld in het tweede lid, kunnen in ieder geval betrekking hebben op de:
voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
weigeringsgronden van een voorziening;
aanvraag van, en de besluitvorming over een voorziening;
betaling van subsidies of andere wijzen van tegemoetkoming en het verlenen van voorschotten op deze subsidies;
wijze van verlening en vaststelling van subsidies;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verlenen van subsidies.
**4..** De gemeente kan op basis van een uitvoeringsbesluit één of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen voor één of meerdere voorzieningen. De gemeente moet dan wel nagaan welke alternatieve voorzieningen er beschikbaar zijn.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1
Algemene bepalingen over participatievoorzieningen [PW, IOAW, IOAZ]
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel