Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 4.4.

Criteria individuele voorzieningen [Jeugdwet]

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel

1.. Jeugdigen en/of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan: gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk; voldoende financiële draagkracht om zelf de hulp te kunnen bieden; het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten. door gebruik te maken van een algemene voorziening, of; door gebruik te maken van een andere voorziening die een passende oplossing biedt. 2.. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan de gemeente hier slechts een voorziening voor verstrekken: als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; voor zover de gemeente de noodzaak van de hulp, de mate waarin deze passend is, en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 3.. De voorziening als bedoeld in het tweede lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. 4.. De gemeente kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel