Aan depots kunnen, ook al volstaat een melding, nadere eisen gesteld worden. Een aantal redelijkerwijs te stellen eisen is direct kenbaar te maken. Bijvoorbeeld:
Plaatsen van hekken
Maximale hoogte, in relatie tot de omgeving (Soms volgt dat ook uit andere regelgeving, zoals ruimtelijke ordening)
Gescheiden houden van verschillende kwaliteiten grond of baggerspecie
Voorkomen van verstuiving en andere overlast
Voor weilanddepots gelden daarbij nog specifieke eisen. Een depot onder de regels van het Bbk is bedoeld voor opslag onder omstandigheden die weinig risico met zich mee brengen. Vaak worden deze depots aan het eind van de opslagperiode (maximaal drie jaar) ter plaatse omgespit. De ontwaterde baggerspecie fungeert dan als ophoging en grondverbetering
Voor weilanddepots worden specifieke eisen gehanteerd:
Vulhoogte met natte bagger maximaal 1,00 meter
Dit voorkomt dat er diepe depots gevormd worden die andere risico’s dan alleen bodemkwaliteit met zich meebrengen (verzakking, sterkte van kades, risico voor spelende kinderen, etc.). Omdat weilanddepots vaak ter plaatse verwerkt worden zou een erg dikke laag een significante toename van de mate van verontreiniging met zich mee kunnen brengen. Om de vulhoogte te kunnen verifiëren dient in depots een baken met hoogtemarkering geplaatst te worden.
Een depot mag na indrogen niet opnieuw gevuld worden. Afwijken kan alleen in overleg met de Omgevingsdienst. Daarbij zullen overwegingen zijn: de mate van verontreiniging en de mate van eerdere vulling.
Compartimentering
Bij grotere hoeveelheden (boven 1.000 m3) kan verlangd worden een depot onder te verdelen in compartimenten. Door het nat inbrengen van baggerspecie (meestal gebeurt dat vanaf één punt) zullen zware baggerdeeltjes het eerst bezinken en lichtere, kleinere deeltjes vooral op plaatsen waar de speciestroom rustiger is. Omdat vervuiling gebonden kan zijn aan een bepaald soort deeltje kan dat niet alleen ontmenging in deeltjesgrootte veroorzaken, maar ook in ruimtelijk verdeling van de verontreiniging. Onbedoeld ontstaan er dan plaatsen met meer en met minder verontreiniging. Dat kan gevolgen hebben voor de latere afzet of de verwerking ter plaatse.
Een weilanddepot mag binnen tien jaar niet op dezelfde plaats worden aangelegd.
Dit om het risico op accumulatie van verontreiniging op één plaats te voorkomen. Afwijken kan alleen in overleg. Daarbij zullen de overwegingen zijn: de mate van verontreiniging en de mate van eerdere vulling van het depot.
Hoofdstuk
Artikel 7.1.