Bij het bepalen van de locatie van een laadpaal is een aantal voorwaarden en uitgangspunten van kracht.
Voorwaarden zijn dat een laadpaal:
midden tussen twee parkeervakken geplaatst wordt;
op gelijke hoogte (+/- hoogte trottoir) met de parkeervakken geplaatst wordt;
op gemeentegrond geplaatst wordt;
24 uur per dag en 7 dagen in de week toegankelijk is en uitsluitend bestemd zijn voor het opladen van elektrische auto’s. Elektrische auto's die niet opladen en andere voertuigen mogen geen gebruik maken van deze parkeerplaatsen;
technisch mogelijk is (o.a. aanwezigheid van kabels en leidingen);
geplaatst wordt op een locatie, waarbij er voldoende ruimte rondom de paal beschikbaar is om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren;
op een trottoir wordt geplaatst, waarbij er voldoende doorgang, minimaal 90 centimeter, overblijft voor o.a. rolstoelgebruikers om te passeren. Een strook met een breedte van 60 centimeter of minder wordt beschouwd als uitstapstrook en niet als trottoir;
niet te dicht bij een boom geplaatst wordt. De paal moet even ver van de boom staan als de kruin van de boom breed is met een minimale afstand van 1 meter.
niet op een locatie geplaatst wordt die aanrijgevoelig is;
niet wordt geplaatst op locaties waar sprake is van geplande reconstructies of andere infrastructurele ontwikkelingen.
Uitgangspunten bij de locatiebepaling zijn dat:
de laadpalen in Huizen evenwichtig verdeeld worden;
de laadpaal op een goed zichtbare en vindbare locatie geplaatst wordt;
de laadpaal niet direct voor een deur, raam of toegang tot een perceel wordt geplaatst;
de laadpaal bij voorkeur geplaatst wordt op een haaks parkeervak;
er voldoende licht is op de locatie en in de directe omgeving;
de laadpaal niet direct voor de woning of het bedrijf van de indiener geplaatst wordt;
een hoge parkeerdruk geen reden is om een locatie niet aan te wijzen voor het plaatsen van een laadpaal.
De gemeente kan onder bijzondere omstandigheden gemotiveerd afwijken van deze criteria en uitgangspunten.