Naar hoofdinhoud
1.. Bij de uitoefening van de krachtens het mandaat overgedragen bevoegdheden en taken wordt in acht genomen hetgeen daaromtrent bij of krachtens regelgeving is bepaald. 2.. Het mandaat is geldig tot het moment dat het mandaatgevende college besluit de overgedragen bevoegdheden en taken niet meer te laten uitvoeren door de gemandateerde. 3.. Het college kan met onmiddellijke ingang besluiten het mandaat in te trekken. Dit wordt schriftelijk medegedeeld. 4.. Het college is te allen tijde bevoegd bijzondere aanwijzingen en instructies te geven. Dit wordt in beginsel schriftelijk medegedeeld. In spoedeisende gevallen kan dit per e-mail, waarna zo spoedig mogelijk schriftelijke bevestiging daarvan plaatsvindt. 5.. De gemandateerde is bevoegd tot het nemen van besluiten, tenzij: advies nodig is van andere afdelingen/instellingen en het advies en het eigen standpunt niet op elkaar aansluiten respectievelijk niet tot dezelfde conclusie leiden; het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid, richtlijnen, voorschriften en dergelijke (behoudens het toepassen van de hardheidsclausule indien deze nadrukkelijk is gemandateerd); het besluit overschrijding van budgetten of kredieten zou inhouden; de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen. 6.. Indien zich één of meer van de in het vijfde lid onder a tot en met d omschreven situaties voordoet, dan besluit het wettelijk ter zake bevoegde bestuursorgaan zelf. 7). Het mandaat omvat naast het nemen en ondertekenen van besluiten, tevens het verrichten van alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die bij de uitoefening van de bevoegdheid behoren, zoals: het verstrekken van mondelinge en/of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard; het voeren van overige correspondentie; het vragen van adviezen en inwinnen van inlichtingen.

Rechtspraak bij dit artikel