Groenafval mag gebruikt worden voor de in artikel 4 genoemde limitatieve doeleinden mits:
De herkomst van het groenafval (de locatie waar het is ontstaan) bekend is en kan worden aangetoond;
Het groenafval schoon en niet verdacht is. Het aangeboden groenafval moet aantoonbaar:
geen van de gevaarlijke eigenschappen bezitten als bedoeld in bijlage III van de kaderrichtlijn afvalstoffen;
geen andere materialen bevatten, zoals metaal, kunststof, papier en stenen, e.e.a. in grotere hoeveelheden dan wat als een normaal gehalte aan zwerfvuil kan worden beschouwd;
vrij zijn van plantenexoten;
vrij zijn van schimmel en/of ziekte.
Het materiaal onbehandeld is, waarbij verkleining tot 10 cm is toegestaan, maar versnippering niet.
Artikel 3