Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorwaarden tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten

Onderdeel van Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) 2021

1.. Het college kan een tegemoetkoming TONK verstrekken aan de aanvrager die te maken heeft met een inkomensterugval van tenminste 35% of meer, waardoor de betaling van noodzakelijke kosten niet mogelijk is uit het inkomen en de beschikbare geldmiddelen. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het gemiddelde inkomen in het kalenderjaar 2019 in vergelijking tot het inkomen in de maand januari 2021 (peilmaand). Het gaat om het inkomen van de aanvrager en zijn of haar partner. 2.. De tegemoetkoming TONK wordt beoordeeld aan de hand van de verhouding tussen de woonkosten en het inkomen in de peilmaand, zoals opgenomen in de tabel bij artikel 4 lid 2 van deze beleidsregels. 3.. De aanvrager verklaart dat de substantiële terugval in inkomen het gevolg is van de coronacrisis en geeft daarvoor een korte toelichting. 4.. Het college verstrekt geen tegemoetkoming, indien de aanvrager een woonkostentoeslag van de gemeente ontvangt. 5.. De Participatiewet (PW), waaronder de toekennings- en uitsluitingsgronden van artikel 11 en 13 en de inlichtingenplicht van artikel 17, is van toepassing op de aanvragen TONK. 6.. Voor de vaststelling van de hoogte van de geldmiddelen wordt aangesloten bij de vermogensgrens zoals bepaald in artikel 34 lid 3 van de wet. Het vermogen bedraagt in de peilmaand maximaal €6.295,00 voor een alleenstaande en €12.590,00 voor gehuwden en alleenstaande ouders. 7.. De Richtlijnen Bijzondere Bijstand gemeente Huizen/Blaricum/Eemnes/Laren zijn niet van toepassing op de aanvragen TONK.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel