Naar hoofdinhoud
1.. Onder inkomen wordt in ieder geval verstaan: inkomen uit arbeid in loondienst; inkomen uit een uitkering (o.a. bijstand, WW, WIA, AOW, Tozo); pensioenuitkering of daarmee gelijk te stellen uitkering; inkomen uit onderneming; inkomen uit verhuur; en inkomen uit partner- en/of kinderalimentatie. 2.. Voor de bepaling van de terugval in inkomen wordt het gemiddelde inkomen per maand in het kalenderjaar 2019 vergeleken met het inkomen van de peilmaand januari 2021; 3.. Voor de bepaling van het inkomen in de peilmaand als bedoeld onder sub a t/m c wordt uitgegaan van het netto (basis)bedrag, zoals vermeld op de loon- of uitkeringsspecificatie van de betreffende peilmaand; 4.. Het inkomen (netto) als bedoeld onder sub a en sub b wordt standaard verhoogd met 5% vakantiegeld; 5.. Het inkomen uit onderneming (sub d) in de peilmaand wordt bepaald aan de hand van het resultaat voor belastingen in de betreffende peilmaand. Het gaat om de omzet (zonder BTW) in de peilmaand minus de aan de betreffende peilmaand (pro rato) toe te rekenen directe en in indirecte kosten (zonder BTW). Voorraden tellen alleen mee voor zover deze zijn aangewend voor het behalen van de omzet in de betreffende peilmaand. Eventuele subsidie of ondersteuning van overheidswege, zoals de Tegemoetkoming Vaste Lasten, wordt naar rato toegevoegd aan het resultaat van de peilmaand januari 2021; 6.. Bij de opgave van het inkomen uit verhuur (sub e) mogen ook de kosten in mindering worden gebracht op de verhuurprijs, voor zover die rechtstreeks verband houden met de opbrengsten in de betreffende peilmaand; 7.. Voor de bepaling van het netto inkomen in de peilmaand uit de inkomstenbronnen als bedoeld onder sub d t/m f wordt rekening met een fictief heffingspercentage van 18 %; 8.. Voor de vaststelling van het totaalinkomen van de aanvrager en diens eventuele partner in de peilmaand worden alle inkomstenbronnen als bedoeld in lid 1 bij elkaar opgeteld.

Rechtspraak bij dit artikel