Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Bevoegdheden die exclusief bij het bestuursorgaan berusten

Onderdeel van Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Leudal

1. . De bevoegdheid tot uitoefening van onderstaande handelingen berust exclusief bij het desbetreffende bestuursorgaan en komen derhalve niet voor mandaat, volmacht en machtiging in aanmerking: indien artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet van toepassing is (de zogenoemde wensen en bedenkingenprocedure); het nemen van beslissingen op bezwaarschriften; het oordelen over de klachten die zijn voorgelegd aan de klachtencommissaris; het opleggen en het verlengen van een beperkende communicatie-maatregel aan een derde; het besluiten tot het voeren van een rechtsgeding (als eisende, verwerende en derde partij); het nemen van een besluit voor zover (voorgenomen) besluiten met financiële consequenties niet passen binnen de daartoe door het bestuursorgaan vastgestelde budgetten; het besluit tot het afhandelen van aansprakelijkstellingen vanaf een bedrag van € 25.000,-; besluiten omtrent verhuur dan wel verkoop van woonwagens en standplaatsen voor woonwagens; besluiten omtrent gunning (inclusief voorfase) alsmede het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot 1) levering en diensten en 2) werken zijnde Europese aanbestedingen; het een bevoegdheid betreft die onlosmakelijk is verbonden aan een eerdere door het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester zelf uitgeoefende bevoegdheid; voor zover het de bevoegdheid van burgemeester en wethouders of de burgemeester betreft; het vaststellen, wijzigen of intrekken van besluiten van algemene strekking, alsmede het vaststellen van algemene of nadere regels ter uitvoering van besluiten van algemene strekking; het vaststellen, wijzigen of intrekken van kaders, beleidsregels, uitvoeringsregels behorende bij verordeningen en besluiten van algemene strekking. In afwijking van de in de vorige volzin genoemde uitzonderingen is voor besluiten van algemene strekking op grond van artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994, juncto artikel 12 van het Besluit Administratieve bepalingen inzake het Wegverkeer (verkeersbesluiten), wel mandaat mogelijk; wijziging of herijking van de regelingen die de medewerkers persoonlijk raken, zoals onder andere de werktijdenregeling, verlofregeling, reiskostenregeling woon-werkverkeer, procedureregeling functiebeschrijving en – waardering en generatiepact; het nemen van een besluit dat leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerde beleid of vastgestelde beleidsregels; besluiten ten aanzien waarvan is bepaald dat deze met versterkte meerderheid moeten worden genomen; besluiten tot (het voordragen ter) benoeming van bestuurders in functies en commissies; besluiten tot aanwijzing van personen met opsporings- en toezichthoudende bevoegdheden; besluiten inzake het vaststellen dienstongeval/ beroepsziekte; formele afhandeling melding /klacht op het gebied van integriteit; de bevoegdheid tot het afgeven van een machtiging tot het binnentreden van een woning met het oog op de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken I tot en met IV van de Woningwet; besluiten op grond van artikelen 151b, 151c, 151d, 154a, 172, 172a, 172b, 174, tweede lid, 174a, 175, 176 en 176a van de Gemeentewet (‘openbare orde bevoegdheden’); besluiten op grond van de Zondagswet en de Wet openbare manifestaties, voor zover daarbij sprake is van een beperking van grondrechten; besluiten tot het opleggen van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; besluiten tot subsidieverlening aan instellingen en organisaties > € 20.000,00 en instellingen en organisaties die in het voorafgaande jaar niet werden gesubsidieerd; besluiten tot buitenplans afwijken van bestemmingsplannen (art. 2.12, lid 1, sub a onder 3 van de Wabo) in die gevallen waar de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure als bedoeld in Afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is; het toepassing geven aan de uitwerkingsverplichting in bestemmingsplannen (artikel 3.6, lid 1, onder b Wet ruimtelijke ordening); het toepassing geven aan de wijzigingsbevoegdheid in bestemmingsplannen (art. 3.6, lid 1, onder a Wet ruimtelijke ordening); de taak op grond van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, inhoudende om voor bepaalde gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van de belastingverordeningen mochten voordoen; de bevoegdheid op grond van artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, inhoudende het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de bij beschikking opgelegde boete; besluiten ter uitvoering van de arbeidsvoorwaarden voor zover het betreft: besluiten inzake de disciplinair straf ‘ontslag op staande voet’; het benoemen, schorsen of ontslaan van de gemeentesecretaris/algemeen directeur en afdelingshoofden; besluiten die anderszins de rechtspositie van de gemeentesecretaris/algemeen directeur betreffen. 2. . Als de verantwoordelijk portefeuillehouder of de burgemeester de wens kenbaar heeft gemaakt om besluiten door het desbetreffende bestuursorgaan te nemen in een bepaalde zaak wegens de bestuurlijk/politieke gevoeligheid, zullen ook deze besluiten enkel genomen kunnen worden door het desbetreffende bestuursorgaan. 3. . Als een zaak afdelingsoverschrijdend is en één van de afdelingen een afwijkend of negatief advies uitbrengt over het te nemen besluit in de zin van de Awb, zal dit besluit genomen worden door het desbetreffende bestuursorgaan. 4. . Als de (onder)gemandateerde en diens plaatsvervanger(s) persoonlijk betrokken zijn, zal het besluit genomen worden door het desbetreffende bestuursorgaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel