Verwijzing door medici
Op grond van artikel 3.2 van de verordening kunnen de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist rechtstreeks verwijzen naar door de gemeente gecontracteerde jeugdhulp, maar verwijzing naar een pgb-aanbieder valt hier niet onder. De huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist informeert het college over zijn verwijzing naar een individuele jeugdhulpaanbieder.
De jeugdige en/of ouder kan met de verwijzing rechtstreeks naar een aanbieder. Om zeker te weten welk aanbod bij welke aanbieder gecontracteerd is of om nader advies in te winnen, kan de jeugdige en/of ouder of de verwijzer contact opnemen met de jeugdconsulent. De gecontracteerde jeugdhulpaanbieder dient zich te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. De jeugdhulpaanbieder maakt een behandelplan op basis van de overeengekomen contractafspraken kan pas beginnen met het daadwerkelijk verlenen van hulp, zodra de gemeente een opdrachtbevestiging heeft verzonden aan de aanbieder. Op deze manier wordt voorkomen dat een niet gecontracteerde aanbieder of niet gecontracteerde hulp wordt ingezet na verwijzing en kunnen de budgetten bewaakt worden.
In artikel 2.6, eerste lid, Jeugdwet staat dat het college ervoor verantwoordelijk is dat de jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de jeugdarts of de medisch specialist. In de Jeugdwet is evenwel niet bepaald dat de huisarts, de jeugdarts of de medisch specialist bepaalt welke jeugdhulp noodzakelijk is. De huisarts, de jeugdarts of de medisch specialist verwijzen slechts. Het college is er volgens voor verantwoordelijk dat de hulp wordt ingezet. Na verwijzing door de huisarts, de jeugdarts of de medisch specialist kan nog een afzonderlijk besluit (beschikking) van het college nodig zijn. Gemeente Borne vindt het belangrijk dat er eenduidige afspraken tussen huisartsen en gemeente zijn over de toewijzing van jeugdhulp. De gemeente wil daarbij de inzet van vrij toegankelijke voorzieningen stimuleren om daarmee duurdere vormen van jeugdhulp te voorkomen.
Toegang gedwongen kader
Onder dwang wordt de ondertoezichtstelling of gezagsbeëindigende maatregel verstaan, uitgesproken door de kinderrechter- op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming.
Drang
Voorafgaand aan dwang kan worden gewerkt middels een werkwijze die drang of preventieve jeugdbescherming kan worden genoemd: een werkwijze die wordt gekenmerkt door een respectvolle en vasthoudende houding, om de veiligheid en ontwikkeling van het kind te borgen. Bij deze werkwijze wordt op dit moment regie gevoerd door de jeugdconsulent.
Voor toeleiding naar dwang (ondertoezichtstelling of gezagsbeëindigende maatregel) is een voorwaarde dat hulp in het vrijwillig kader niet of onvoldoende wordt geaccepteerd door de ouder(s) met gezag.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2