**1..** Een inwoner als bedoeld in het tweede of derde lid van artikel 2, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming als hem over het peiljaar het volledig verplicht eigen risico in rekening is gebracht zoals genoemd in artikel 19 van de Zorgverzekeringswet en daarnaast in het peiljaar beschikt over ten minste één van de volgende indicaties:
een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015;
zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz);
een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder of passagier;
dubbele kinderbijslag van de SVB in verband met een ten laste komend chronisch ziek of een kind met een beperking;
bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor een van de volgende kosten:
bewassing;
kledingslijtage;
stookkosten;
maaltijdvoorziening;
**2..** De indicaties genoemd in het voorgaande lid zijn afgegeven voor de duur van ten minste zes aaneengesloten maanden en zijn geheel of gedeeltelijk geldig in het peiljaar.
**3..** Voor het ten laste komend kind en de inwoner die een ziektekostenverzekering heeft afgesloten waarbij het eigen risico verzekerd is, vervalt de voorwaarde dat het volledig eigen risico in rekening gebracht dient te zijn.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Criteria aannemelijke meerkosten
Onderdeel van Beleidsregels tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken en mensen met een beperking Krimpenerwaard 2021