Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet en legt dit vast in een beschikking bedoeld als in artikel 10 van deze verordening.
Als een jeugdige of een ouder in aanmerking wenst te komen voor een pgb, dient de jeugdige of ouder daartoe een budgetplan in. In het budgetplan is in ieder geval opgenomen:
a. De motivering waarom het natura-aanbod van de gemeente niet passend is;
b. De voorgenomen uitvoerder van de individuele voorzieningen en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt;
c. Op welke wijze de kwaliteit van de jeugdhulp gewaarborgd is;
d. De kosten van de uitvoering, uitgedrukt in eenheden en tarief.
De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp, uitgezonderd ggz-behandeling, betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, mits deze persoon:
• meerderjarig is;
• veilige, doelmatige en cliëntgerichte jeugdhulp verleent, die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of de ouder;
• deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de jeugdige of ouder niet tot overbelasting leidt.
Onder personen van het sociaal netwerk wordt verstaan:
• Familie van de jeugdige of de ouders tot en met bloed –of aanverwantschap in de derde raad;
• Andere betrokkenen bij het gezin, zoals vrienden, buren, studenten, collega’s.
Een pgb dient door de jeugdige of hun ouders binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.
Het college kan nadere regels stellen over de aan een pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 11.
Regels voor persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Veere 2021