Op 1 januari 2019 is artikel 13b Opiumwet uitgebreid. Sinds deze wetswijziging heeft de burgemeester ook een sluitingsbevoegdheid wanneer in een woning of lokaal voorwerpen of stoffen worden aangetroffen die bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs. Hierbij kan worden gedacht aan bepaalde apparatuur, chemicaliën en versnijdingsmiddelen.
Voor zover het de voorbereidingshandelingen betreft heeft de sluitingsbevoegdheid van de burgemeester alleen betrekking op voorbereidingshandelingen die strafbaar zijn op grond van de artikelen 10a en 11a Opiumwet. Van voorbereidingshandelingen kan sprake zijn indien er een voorwerp of stof in een woning of lokaal of daarbij behorend erf wordt aangetroffen, die vanwege de aard en de hoeveelheid of gezien de onderlinge combinatie, geschikt zijn voor het bereiden, bewerken of vervaardigen van harddrugs, dan wel voor (grootschalige of bedrijfsmatige) illegale hennepteelt. Daarnaast kan dit ook blijken uit tapgesprekken of observaties uit een opsporingsonderzoek.
De verboden van de Opiumwet gelden niet alleen voor middelen als genoemd in lijst I en II, maar ook voor middelen die vooruitlopend op plaatsing op lijst I of II, zijn aangewezen op grond van artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.7